To the Hell and back.

Deel I: voorbereidingen en aankomst

 

Nu ik na acht maanden genoodzaakt ben om de gebeurtenissen van The Hell op te schrijven, kan ik met een tevreden gevoel terugkijken op een paar leuke dagen. Het begon allemaal ergens rond de zomer van 2004 toen Frank meldde dat hij wel eens 100km had gefietst in Engeland. Het was natuurlijk erg zwaar geweest en er waren veel slachtoffers gevallen. Toch was het onvergetelijk en binnen het bestuur ontstond het idee om ook met Dust ‘n mud in 2005 deel te nemen aan deze tocht. Zo werden via een oproep op de website de leden uitgenodigd om mee te gaan naar Engeland om daar de Hell of the North Cotswolds te fietsen: een prestatietocht over 50 of 100km door heuvelachtig terrein.

Als gevolg van die oproep melden zich 8 marathonbikers: Frank, Sygi, Jan, Erik, John, Tim, Twan en ikzelf. Daarbij kwamen nog 4 bikers uit Tilburg, waarmee onze chairman in het grauwe verleden de tocht al had gefietst. In totaal ging er dus een groep van 12 olijke Dutchmen naar het eiland aan de andere kant van het kanaal om de ontberingen van The Hell te ondergaan.

 

In de aanloop naar De Grote Tocht werden de voorbereidingen getroffen om de omstandigheden te kunnen doorstaan, tenslotte doet het eiland niet mee aan de Euro maar om er te komen is ook niet zo simpel. De website van de HONC gaf een impressie van de zware 100 kilometers. Maar alleen Frank wist in wat voor gelegenheden we gehuisvest werden en hoe het landschap er uitzag. De verhalen over de Engelse Countryside waren niet van de lucht, maar ook de mythes over diepe donkere wouden, steile rotsmassa’s, gnomen, trollen en andere onbekende monsters die daar in de heuvels rondzwierven werden ons niet onthouden. Slechts de aloude en vaak bezongen universiteitsstad Oxford zou een oase van licht in het donkere Engeland zijn.

En zo werd langzaam de weg naar de Hell duidelijk. Eerst zouden we apart van elkaar met de auto naar De Tunnel rijden, waarna de auto op de trein ging en we de 50 km onder het kanaal en de woeste watermassa doorgingen. Aan de andere kant zouden we, aan de verkeerde kant van de weg, via London naar Cheltenham rijden alwaar de leden van de CCCC (Cheltenham Country and Cycling Club) ons opwachten. Des avonds zouden we dan bij elkaar komen in de Taverne Tivoli in het roemruchte Cheltenham. De dag na aankomst zou onze eerste kennismaking vormen met de Cotwolds heuvels. De derde dag zouden we hiervan bij kunnen komen en het idyllische Oxford gaan bezoeken. Op dag 4 kwam dan echt het grote werk: de 100km van de Hell of the North Cotswolds. Tenslotte zou op dag 5 de reis weer huiswaarts.

 

Op 7 april zou eenieder zich op eigen gelegenheid op het pad naar Cheltenham begeven, waar de 12 deelnemers bij elkaar zouden komen. Wie had kunnen bedenken dat dit pad niet voor iedereen hetzelfde zou zijn, maar voor velen toch gelijk. Nadat ik op woensdag alles klaargezet had, ging ikzelf vroeg op pad om Tim op te halen. Hij zou immers de heenweg bij mij in de auto zitten. Gelukkig had zijn vader hem op tijd gewekt en stond hij netjes klaar om mee te gaan. Fiets in de auto, tassen erbij en we konden richting snelweg. Zijn vader wenste ons een behouden reis en keek mij veelzeggend aan. (als dat maar goed gaat hoorde ik hem denken). Zo gingen we naar de A67 waar we al snel richting Eindhoven koersten. Ondertussen was ook John vroeg uit de veren en had hij in Blerick Twan opgehaald. Iets later moesten ook Jan, Eric, Frank en Sygrid op pad zijn gegaan zoals later zou blijken. Toen Tim en ik goed en wel de rivier de Maas over waren gestoken, dorste ik John eens te bellen. Hij bleek net Blerick te verlaten en de achtervolging in te zetten. Tim en ik lagen ongeveer een half uur voor en onderweg zouden we elkaar wel ergens treffen. De reis naar Eindhoven verliep voorspoedig en al snel konden we deze Brabantse stad achter ons laten en verder rijden richting Antwerpen. Hier werd al weken gewaarschuwd voor opstoppingen vanwege werkzaamheden, maar daar hadden we voldoende rekening mee gehouden. Nabij Tilburg stopten Tim en ik om even een bakkie koffie te doen en de tank vol te gooien. In de tussentijd haalde John ons met zijn stalen ros met enorme snelheid in en moesten wij ons weer op weg begeven. Zo kwamen we langzaam maar zeker bij Antwerpen waar inderdaad de snelheid er volledig uitging vanwege de drukte. Langzaam maar zeker sloeg de paniek toe: zouden we de juiste trein nog wel halen? Vóór ons stonden kilometers lange rijen met vrachtauto’s en personenwagens. Nadat we tergend langzaam de ring van Antwerpen hadden gehad, konden we weer snelheid maken. We hadden echter kostbare tijd verloren en moesten daardoor alles geven om op tijd in Calais te zijn. Zo vlogen de twee voitures met ongekende snelheden over de brede wegen in België. En arriveerden we toch nog tijdig bij de ontvangstdames in de vertrekhal van de Tunnel in Calais. Na een rustgevend kopje koffie konden we naar de invoegstroken voor de trein rijden waar bleek dat we toch nog een trein later hadden. Toen na een kwartiertje de poort open ging om op de trein te rijden bleek dit een aparte ervaring. Alles werd netjes naar de juiste wagons gedirigeerd en eenmaal in de trein stonden we al snel in de juiste positie. Eindelijk konden we onze auto stilzetten en ons overgeven aan de leidinggevende kwaliteiten van de treinmachinist. Zo zou onze half uur durende reis onder de vele meters water van het nauw van Calais aanvangen. Zonder er al te veel bij na te denken begaven we ons langzaam naar de ingang van de donkere tunnel onder het kanaal. Tim scheet bijna in zijn broek maar alles bleek goed te gaan. Na een paar minuten kwamen de verhalen op gang van de asielzoekers die te voet dachten naar Engeland te lopen maar onderweg een trein tegenkwamen. Iedere dag moesten poetsploegen door de tunnel om alle restjes te verwijderen.

De reis onder het water verliep voorspoedig: er was geen lekkage en we zagen geen vissen tegen de raampjes kloppen. Na goed een half uur verscheen aan het eind van de tunnel weer daglicht. De stralende zonneschijn bleef echter achterweg, het was een mieserig waterzonnetje of eigenlijk was het maar grijs en grauw. Toen de trein stilhield konden we er langzaam uitrijden en zagen we de waarschuwingsborden al: links rijden! Voor sommigen voor het eerst en dat was even wennen. Gelukkig konden we met z’n allen zonder problemen op weg naar Cheltenham.

De stoet reed in een grote boog om London heen en net toen we in de buurt van Oxford kwamen, belanden we in de file. Stapvoets tot aan de afslag om daarna verder te kunnen. Enkele kilometers snelweg volgden nog en uiteindelijk ging dit over in een provinciale weg. Aangezien we toch een beetje in de spits zaten, vlotte het niet zo erg. Na vele uren na ons vertrek in Nederland verschenen daar dan toch de bordjes Cheltenham. Aangezien iedereen op een ander plekje zat, gingen John en ik eerst bij het onderduikadres van Tim en Twan aan. De vader des huizes, John Mellows, heette ons van harte welkom en de dochter kon de goedkeuring van Tim wel hebben. Ook moeders bleek een veelbereisde en goedgemutse vrouw van begin 50. Men nodigde ons meteen uit voor het diner die avond en daar kon Tim zijn beste Engels oefenen. Na een zeer smakelijk eten en een gemoedelijk kopje koffie gingen John en Eric naar hun onderkomen. Dit was een gehuurd appartementje en bij aankomst kregen we meteen de sleutel. Nadat we ons geïnstalleerd hadden, gingen we naar de afspraak van die avond: De Tivoli Pub. Frank had hier afgesproken met onze nog te ontmoeten Engelse vrienden en de rest van de gang. Via barre wegen kwamen we al snel bij de pub en werden daar verwelkomd door het bestuur en de reeds gearriveerde gasten. Langzaam maar zeker kwamen ook onze gastheren en –dames binnen en we voelden ons al snel vertrouwd. Dat kan natuurlijk ook aan het gerstenat hebben gelegen, maar het werd een gezellige avond na zo’n lange reis.

 

Foto’s Deel 1

 

To the Hell and back. Deel II: Vrijdag 8 april, veurpreuve

 

Na het ontwaken op vrijdagochtend wachtte ons de taak om voor het ontbijt te zorgen. Hoe doe je dat in een onbekende stad waar je weinig of niets kent. En dat in de wetenschap dat voor de anderen gezorgd werd, die sliepen tenslotte bij mensen in huis. Gelukkig bevond zich tegenover ons appartementje een tankstation en net als in Nederland had men daar voldoende belegde boterhammen en bijbehorende koffie. Het kostte wel iets meer, maar het eerste probleem was zonder al te veel nadenken opgelost.

Na dit smakelijke ontbijt onze fiets opgezocht en op naar de ontmoetingsplaats in het park. Wij hadden geen flauw idee hoe we daar moesten komen, maar gelukkig hadden we met Mike afgesproken bij het Station. Nadat we Mike daar opgepikt hadden, reed hij met ons via de toeristische route naar het park. Daar stond de hele bups al op ons te wachten en het zag er allemaal professioneel uit. Even was het de vraag of wij wel met zulke kanjers meekonden, of dat we halverwege helemaal total loss zouden zijn. Vertrouwen maar op onze wekenlange voorbereiding in de Limburgse heuvels. Toen alles compleet was, gingen we op weg. Eerst moesten we Cheltenham uit en dat betekende door smalle straatjes en midden door het verkeer naar de rand van de stad. Gelukkig was hier weinig hoogteverschil en lag het tempo redelijk laag. Zonder veel problemen kwamen we allemaal bij de bordjes ‘bebouwde kom’.

Hier kwam ook de eerste beproeving: een niet zo erg steile geasfalteerde weg omhoog die door iedereen, zelfs Tim, met gemak werd genomen. Ergens halverwege die helling sloegen we linksaf het bos in. Daar begonnen de voetpaden die voor mountainbikers de uitdaging vormen. Met enkele leden van de CCCC voorop reden we gezwind over single-tracks en rotspaden naar de toppen van de Engelse heuvels. Na goed drie kwartier fietsen werden we er door onze voorman op gewezen dat nu wel een heel erg steile heuvel kwam. Tot nu toe hadden we ons aardig vermaakt, en kon iedereen het tempo wel bijhouden. Zo’n heuveltje kon er nog wel bij. Totdat we de bocht omgingen. Toen zagen we inderdaad het steile rotspad waarop zich onmogelijk een fiets naar boven kon begeven. Eén voor één moesten de Mudjes afstappen. Wat schetste onze verbazing dat slechts 1 CCCC-er er in slaagde om zonder een voetje aan de grond boven te komen. Deze heuvel leverde een aantal sterke verhalen op en mooie foto’s van ons te voet. Boven op die heuvel bleek er nog een verlaat sneeuwvlokje te vallen. Dat kon voor zondag nog wel eens flink tegenvallen als dat door zou zetten. Het uitzicht was echter geweldig, je kon de hele stad onder je zien liggen. Nadat we allemaal fietsend en lopend boven waren gekomen en we weer een beetje op adem waren, ging het verder. Het Engelse landschap leverde mooie paden op waarover het lekker fietsen was. Het grootste deel van de route ging niet door het bos, zoals bij ons, maar werd prettig afgewisseld door grasvelden en open vlaktes. Halverwege hielden we stil bij een Britse taverne in zo’n typische Engels dorpje. Ondanks onze besmeurde kleren waren we welkom en we namen allen iets te eten en te drinken. De verhalen over de tocht tot nu toe gingen al snel over tafel en werden steeds verder aangedikt. Na een tijdje gingen we weer op weg en lieten de taverne achter ons. Weer kregen we mooie paden door het Engelse landschap. Toen we op een gegeven moment door het bos vlogen zat ik als tweede uit de wind bij mijn voorganger van de CCCC. Plotseling waarschuwde hij mij dat ik in geen geval de rem mocht gebruiken. Ik bevestigde dat, maar dacht nog waarom zou hij zoiets nu vragen? Al snel daarna werd me dat duidelijk: Hij leek in een groot gat te vallen en ik schoot daar in volle vaart achteraan! Dit gat bleek een ‘bombhole’ te zijn en na een gedeelte vrije val rolde je gewoon weer verder. Remmen zou onvermijdelijk geleidt hebben tot een fikse valpartij. Opgelucht dat ik deze stunt zonder kleerscheuren had doorstaan, kon ik me niet bedwingen om een klein vreugdekreetje te slaken. De rest van de meute moest nog komen en werd door mijn kreet enigszins gewaarschuwd. Behoedzaam naderde men het bombhole en enkelen lieten hem heel wijs maar voor wat het was. Onze Tilburgse vrienden konden er geen genoeg van krijgen en deden hem wel drie keer. Vanaf hier kregen we weer mooie vergezichten voorgeschoteld en konden we genieten van de Engelse natuur. Na een poos gebeurde het onvermijdelijke: een lekke band. Helaas (of natuurlijk) was Tim de pineut. Zijn stalen ros had een platte opgelopen en nu was het aan hem om die te vervangen. Dit hels karwei zullen we niet snel vergeten. Het koste erg veel moeite om de buitenband van de velg af te krijgen. Zijn reserveband bleek ook lek, en van die van Eric brak het ventiel af toen Tim aan het oppompen was. Uiteindelijk liet Tim het werk aan echte professionals over en nadat er zo’n 3,5 bar op zat konden we weer verder. Gelukkig ging het meteen bergaf en kon Tim een beetje uitrazen.

De rest van de tocht leidde ons langs meer mooie Engelse natuur en langzaam spoeden we ons weer naar Cheltenham. Vóór de stad werden we nog verrast door een technische afdaling tot aan de bebouwde kom. Lastig om hier overeind te blijven! Conclusie:De hele tocht was een schitterende belevenis die ons nog lang zal heugen.

 

Foto’s Deel II

 

Deel III: Zaterdag 9 april: a day at the races

 

Om bij te komen van alle inspanningen van gisteren besluiten de reizigers een uitstapje te maken naar het idyllische Oxford. Deze oude stad aan de rivier de Thames is befaamd om zijn universiteit. Aangezien de voorzitter in zijn jonge jaren hier enige tijd vertoefd heeft, kon hij in geuren en kleuren verhalen over de lange avonden in de diverse pubs. We besloten volledig op hem te vertrouwen en volgden hem gedwee.

Per voiture gingen we op weg richting Oxford. Bij de eerste parkeerplaats sloegen we linksaf om onze auto’s te parkeren en over te stappen op de overbekende dubbeldekkerbus. Uiteraard zaten we bovenin! De bus vervoerde het hele gezelschap comfortabel naar het centrum van de stad. Daar aangekomen leidde Frank ons langs de vele bezienswaardigheden van de universiteitsstad. Zo beklommen we hoge torens uit de 16de eeuw en bezochten uiterst mooie tuinen waar jonkvrouwen nog bezongen waren. Op een gegeven moment ontwaarde Tim nog een authentiek GT-frame aan een hek vastgeketend. Zou dit nog een overblijfsel zijn van een of ander heidens ritueel waar ATB’s geofferd werden aan dubieuze goden? Of wellicht toch een achtergelaten overblijfsel van een avondje stappen….

 

Zo rond het middaguur besloten we om in de oudste bar van Oxford “the bear” te gaan lunchen. Hier bleken de muren behangen te zijn met afgeknipte sliepsen. De oorsprong van velen lag tientallen jaren terug. Zo was er een stropdas ui 1920 van een vietnamese vliegtuigmaatschappij en een stropdas ui 1954 van een grote olieproducent. Urenlang kon je hier langs de muren neuzen en interessante stropdassen ontdekken.

Waar de meesten overigens een sandwich bestelden, besloten Eric en Frank om voor het enige echte traditionele Engelse Fish & Chips te gaan. En die was geweldig met azijn en mosterd natuurlijk.

 

Na deze indrukwekkende lunch leidde Frank ons weer naar een schitterend pad rond een van de tuinen van Oxford. Dit pad volgde tevens de oever van een zijkanaal van de ISIS, wat weer een zijrivier is van de Thames. Op een gegeven moment ontwaarden we nabij een brug een aanlegplaats voor boten, waarna het idee ontstond om dit zelf eens te proberen. Al snel waren twee boten gevuld met mensen en kreeg Tim een stok in handen gedrukt waarmee hij moest proberen zich voort te bewegen. Dit alom bekende punteren maakte zo’n grote indruk op Tim, dat hij bijna pardoes in het water viel. Na enkele pogingen om achter op de boot een en ander in beweging te zetten, koos Tim eieren voor zijn geld en draaide met boot en al om. Nu stond hij voorop en kon zodoende richting bepalen en ons vooruit helpen. Aangezien de andere boot dit trucje eerder doorhad lagen zij een stuk voor. En alras was er een heuse wedstrijd ontstaan om elkaar in te halen en te proberen als eerste over de finish te komen. Door geen enkel middel hiervoor te schuwen lukte dit Tim natuurlijk zonder problemen.

 

Hierna werd het weer tijd om huiswaarts te keren. Door de vele indrukken van de dag en de stunts op het water was menigeen vermoeid. We zouden die avond nog uit eten gaan met de CCCC en dus moesten we op tijd terug zijn in Cheltenham om ons te douchen en schone kleren aan te doen. Toen we eenmaal de bus weer hadden gevonden, werden we snel en zeker naar onze auto’s gebracht, waarna we vlot naar Cheltenham reden.

 

Na de nodige verfrissingen en schone kleren ging eenieder op eigen gelegenheid naar het restaurant. John en ik hadden dit al snel gevonden, en bij de deur werden we opgewacht door de eigenaar. Hij bleek voor ons een tafel gereserveerd te hebben op de eerste verdieping, waar een groot gedeelte van het gezelschap al was gearriveerd. Eigenlijk waren al onze gastgezinnen aanwezig net als de Mudjes en de Tilburgers. Uiteraard was Frank het aan zijn eer verplicht om een toespraak te houden. Hierin bedankte hij iedereen van de CCCC en met name Mike werd in het zonnetje gezet. Met een origineel Dust ’n Mud-shirt mocht hij de avond doorbrengen. Bovendien bleek hij een liefhebber te zijn van Belgische Bieren dus ook daaraan was gedacht. Na een voortreffelijk maal, een happy birthday voor Eric, de koffie en de rekening begaven we ons nog even de stad in. Bij de Ierse pub konden we nog prima nabieren, ook al wilden we het niet te laat maken. Gelukkig had Tim nieuwe reservebanden gekocht en hiermee konden we ons prima vermaken. Het ‘Old Speckled Hen’ smaakte opperbest en tegen de klok van elven werden we er toch uitgeveegd.

 

Foto’s deel III

 

Deel IV: Zondag 10 april, de hel

 

Op zondag is het dan zover. Dit is de dag waarop we onze monsterprestatie gaan neerzetten. Alhoewel we gisteren nog konden genieten van een schraal voorjaarszonnetje, liet een eerste blik uit het raam zien dat de lucht vandaag grijs en bewolkt was. We moesten ons dus voorbereiden op een natte lange tocht. Even stonden John en ik stil bij de naamgeving van de tocht: The Hell of the North Cotswolds. De avond tevoren had John ons verteld dat die afgeleid was van de Vlaamse Hel van het Noorden. Aangezien we ons in de North Cotswolds bevonden heeft men daar bedacht om op dezelfde dag als de wielrenklassieker deze toertocht te organiseren.

 

De avond tevoren waren de meeste spullen al ingepakt. Nadat we de rugzakken en het proviand bij onze fietsen in de auto gelegd hadden, konden we op weg naar de startplek in Winchcombe. Nu hadden John en ik natuurlijk geen flauw idee waar dat lag, maar via de bekende Engelse landweggetjes gingen we toch steeds meer in de goede richting. Zeker toen het drukker en drukker werd met voertuigen volgeladen met fietsen kon het niet meer missen. Na een half uurtje parkeerden we onze auto’s op een groot grasveld naast de school in Winchcombe. Hier stonden al enkele tientallen auto’s en onze Nederlandse kentekens vielen in het niet tegenover de grote aantallen Engelsen. Onze chairman meldde zich al rap bij het inschrijvingsbureau van de CCCC. Alle papieren lagen daar netjes klaar en eenieder werd voorzien van een routebeschrijving, een startnummer en een kaart. Toen we ons opstelden voor het vertrek, bleek dat Benjamin Tim zijn helm had laten liggen bij zijn guesthouse. Wat te doen? Even snel terugrijden om de helm op te halen? Nee, gelukkig werd een aardige Engelse standhouder bereid gevonden een nieuwe helm te verhuren aan Tim. Voor een paar pond kon Tim toch aan de start verschijnen. Langzamerhand werd het steeds drukker bij de start en fietsen van allerlei makelij verzamelden zich bij de oprit van de school.

Naar Zwitserse precisie klonk om 9:00 het startschot en ging de meute langzaam op weg. Hun wachtte een lange en barre tocht.

 

Bij de start was het enigszins dringen, maar de Engelse beleefdheid zorgde ervoor dat iedereen op zijn beurt onder de startvlag doorkon. Daarna volgden enkele kilometers asfalt waar de meute zich een beetje kon verdelen. Zo werkte de groep zich door Winchcombe en van daar uit naar het eerste bosje. Helaas ging het toen meteen vrij steil omhoog en mede door de regen van voorgaande dagen moesten verschillende fietsers afstappen. Doordat we met 700 mannen, vrouwen en kinderen over hetzelfde paadje omhoog moesten, stond het al snel stil. Zo kwamen we uiteindelijk te voet boven waar we weer op de fiets konden springen.

 

Gelukkig begon het enigszins op te klaren en mooie brede zandpaden door de Cotswolds werden afgewisseld met smallere paden, bedekt met stenen. Ook de hellingen volgden elkaar in rap tempo op, maar waren niet meer van dien aard dat afgestapt moest worden. Toen we op een gegeven moment over (naast) een golfbaan fietsten, ontvouwde voor ons zich een schitterend schouwspel. Een lange sliert fietsers wurmde zich een weg omhoog over een pad dat naar een typische Cotswold-heuvel voerde. Hier stopte ik even om een foto te maken, toen de meeste Mudjes zich in de sliert bevonden (tel ze maar eens).

 

Het grootste deel van de tocht verliep onder de open hemel over zowel asfalt als brede zandwegen. Toch gingen ook gedeeltes via een single-track omhoog en omlaag. Als je dan een tandem-ATB omlaag ziet donderen, hou je toch even je hart vast. Gelukkig liep dat allemaal goed af. Onderweg zijn ook steeds meer Engelsen die hebben gemerkt dat er een grote groep Nederlanders meedoet. Regelmatig worden we aangesproken over hoe geweldig ze dat vinden. Ook de techniek om een banaan in je voorwiel op te bergen vindt men uiterst origineel en geniet al gauw navolging. Daarbij blijkt dat de Nederlanders het helemaal niet zo slecht doen. De Engelsen zien deze tocht als een uitje, terwijl wij toch gaan om de sportieve prestatie. Aangezien we daarop ook getraind hebben, halen we meer mensen in dan dat we zelf ingehaald worden. Met name bergop blijkt dat we aardig wat in ons mars hebben. Zelfs tiny Tim zet menig Engelsman op één of twee wiel achterstand.

 

Nadat we zo de nodige kilometers achter ons laten, blijkt het steeds lastiger te worden om de juiste weg te vinden. Zijn we in Nederland gewend dat je te pas en te onpas een pijltje ziet voor de juiste richting, in Engeland hebben ze bedacht om alles via een kaart en de routebeschrijving te doen. Nu is ons Engels niet zo slecht, maar ik fiets liever achter een Engelsman aan dan dat ik de routebeschrijving erbij pak, uitzoek waar ik in vredesnaam ben, en dan probeer te ontcijferen waar ik heen moet. Noodgedwongen moet je bij een kruising dus even een Engelsman voor laten gaan en als de weg maar lang genoeg is, kun je hem weer inhalen en naar de voorligger fietsen. Zolang die Engelsen maar goed fietsen, schiet het nog aardig op ook. Zeker als je in een groepje terechtkomt dat een beetje jouw tempo fietst vliegen de kilometers voorbij.

Bij iedere pauzeplaats verzamelen de Mudjes zich weer om samen aan het volgende stuk te beginnen. Tijdens het nuttigen van de voortreffelijke koekjes, cakes, fruit, thee en andere versnaperingen, wordt je zo op de hoogte gebracht van wat eenieder onderweg meemaakt. Het landschap was toch wel het gesprek van de dag en gelukkig had de sneeuw van vrijdag niet doorgezet.

 

Na 80 km werd de inspanning toch wel merkbaar. Gelukkig stond onze gastheer Mike ons op te wachten en stak ons een hart onder de riem. John ging direct verder omdat hij de tunnel nog moest halen. Ik liet hem een extra grote voorsprong nemen en dacht dat ik hem nog wel in zou halen. Tot nu toe had ik me ingehouden omdat ik niet wist hoe ver het nog was, maar  nu kon ik vol gas naar de eindstreep. Door juist zo hard te gaan, begon ook ik enkele kilometers voor het eind de vermoeidheid te voelen. Het ging niet meer zo soepel, maar toch kon ik in het dorpje Winchcombe de eindsprint van een Engelsman winnen. Gelijk over de streep kon ik de herinneringsmedaille in ontvangst nemen. De Tilburgers waren al eerder doorgefietst en stonden mij op te wachten. John bleek al even binnen te zijn, maar was direct naar huis gereden. Gezamenlijk wachten we op Tim, Erik en de andere Mudjes. Eén voor één druppelden de vermoeide strijders binnen. Je kon aan de gezichten aflezen dat ze er helemaal doorheen zaten. Toen ook Tim de finish passeerde waren de meesten echter alweer opgeknapt. Tim kon gelijk zijn helm inleveren en met z’n allen gingen we op de groepsfoto. Tevreden over de resultaten keerden we huiswaarts om lekker lang te douchen en ons een beetje op te knappen.

 

’s Avonds naar het café om de belevenissen van die dag door te spreken. Je begrijpt al dat de één het zwaarder had gehad dan de ander. Naarmate het bier vloeide werd de tocht ook zwaarder. Samen waren we ongeveer 300 foto’s rijker en alle belevenissen van de laatste dagen stonden in ons geheugen gegrift. Nu konden we het echt niet laat maken, want 100km gaat je niet in de koude kleren zitten.

 

To the Hell and back. Deel V: Maandag 11 april, de thuiskomst en erna.

 

Na alle vermoeiende inspanningen van zondag, moesten we vroeg op om tijdig de trein naar het vasteland van Europa te halen. Deze en gene moest her en der opgehaald worden en natuurlijk werd bij het afscheid nemen een traantje weggepinkt. De terugweg verliep voorspoedig. Het links rijden was al vertrouwd en er waren weinig files. Op ons gemak kwamen we weer bij de tunnel en netjes op tijd schoven we aan om op de trein te parkeren. Aan de andere kant bleek het ook nog goed weer te zijn en de reis naar huis verliep verder zonder noemenswaardig oponthoud. Thuis wachtte men ons vol verwachting op. Gelukkig waren we er allemaal zonder kleerscheuren vanaf gekomen en de vermoeidheid van de dag ervoor was grotendeels verdwenen.

 

In de maanden na de tocht bleef het wachten op het verslag. Uiteindelijk werd dit in december voltooid waarbij we in oktober ongeveer alle foto’s bij elkaar hadden. Nu ik het schrijf en alles nog eens de revue laat passeren bedenk ik me dat het een mooie tocht was, die zeker voor herhaling vatbaar is. Edoch, eerst mogen de CCCC kennis maken met onze heuvels. Dat hebben ze wel verdiend!

 

Foto’s deel IV

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s